Póvoa de Varzim

We komen onderweg ook wel eens Belgen tegen.

Soms met de (zeil)boot, dan wordt er al eens een pintje samen gedronken en ervaringen en plannen uitgewisseld.

Soms ook mensen die in België werken, zoals de vriendelijke portugese man die bij een transportbedrijf in het Antwerpse werkt en in de zomer zijn familie hier opzoekt. Zo horen we regelmatig Frans spreken, want blijkbaar werken en wonen veel mensen met een Portugese achtergrond in Frankrijk.

Of soms zijn het ook gewoon Belgische toeristen : tijdens onze avondwandeling met Dushi zagen we een klein jongetje dat allerlei halsbrekende toeren uithaalde op een skateboard. Zijn ouders noemden hem la petite crevette à roulettes. Wat verder aan de waterkant zat zijn broertje, die een nummer van Marley uit zijn gitaar toverde. De jongens bleken 5 en 9. Ze waren allebei fervente surfers en dus was dit de derde keer dat ze naar hier op vakantie kwamen. De golven van de Atlantische oceaan zijn het Walhalla voor Kiters en surfers.

De jongste bleek al sinds zijn 2,5 te kunnen skateboarden, en dat was duidelijk te zien.

Grote broer was uit verveling tijdens COVID beginnen gitaarles volgen op internet, en had intussen een heel repertoire uitgebouwd : de Pixies, de Stones, de Peppers en ook Bob Marley. ‘Il sont trop cool ces chansons’. Het zet hem aan om snel Engels te leren om zelf ook te zingen. Er schuilt een kleine rockster in Achilles, dat hebben wij gehoord!

Intussen hebben we de tweede nacht doorgebracht in de haven van Póvoa de Varzim. De haven is gebouwd met redelijk wat snufjes en beveiliging aan de poortjes met vingerafdruk herkenning. Helaas worden de gebouwen niet echt onderhouden en ziet het hier allemaal wat aftands uit. Blijkbaar is het wel dé plek in Portugal waar boten op de kant gaan tot de eigenaars terug komen. Waarschijnlijk zitten de goedkope tarieven voor werklui én materiaal er voor iets tussen. Bart wisselde de gasfles in voor 13 € (in België betaalde hij 41€ voor dezelfde fles) Een aantal van de boten op de parking blijven helaas verweesd achter.

Achter deze muur ligt de oceaan
Het water in de haven is ontzettend helder. En er zwemmen gigantisch veel vissen.

De haven ligt iets verder van het centrum en in tegenstelling tot de voorbije dagen zijn er minder horeca gelegenheden. We waren natuurlijk we wat verwend. Vanuit Póvoa is er wel een metro verbinding naar Porto.

Dat is trouwens waar we nu naartoe varen. Er zijn twee havens, ééntje op de Douro (die helaas heel duur is) en een industriële haven waar wij naartoe gaan.

Golden hour

Viana do Castelo

Gil Eannes

Of er plaats was in de haven, vroeg Bart, toen hij de haven opbelde. Ja die was er, maar hoe diep steekt onze boot? Het kwam erop neer dat de jachthaven in Viana do Castelo niet gebaggerd was, en dat er wel plaats was maar dan in het dok van de vissershaven. We lagen er vrijwel alleen, toch voor de grote vissersboten terugkeerden in de haven, met één heel grote boot : het hospitaal ship Gil Eannes.

In 1955 werd dit schip hier in Viana do Castelo gebouwd om jarenlang dienst te doen als hospitaal schip voor de portugese kabeljauw – vissers die naar Newfoundland of Groenland gingen vissen. Vandaag is het een museum en één van de attracties van Viana do Castelo. En onze buurman hier.

Maar terug naar het telefoongesprek van Bart met de havenmeester : hij was niet echt een havenmeester, hij had altijd in de dokken gewerkt. Maar omdat er dan niet gebaggerd was, had men hem vlak voor zijn pensioen gevraagd of hij dit wou doen. Het was een tussentijdse oplossing, net zoals dit dok er één was voor de bezoekende zeilboten.

Hij was een heel vriendelijk man, had ook een hond gehad, een labrador maar die was helaas gestorven aan kanker. Hij was er nog steeds verdrietig om. Hij sprak een beetje Engels, en wat makkelijker Frans. En het havenkantoor lag wel wat verder, maar het was een tussentijdse oplossing.

Dit was onze eerste kennismaking met een heel vriendelijk en mooi stadje. Met zowel wat bredere als smalle straatjes, met mooi gepleisterde huizen met balkonnetjes in smeedijzer, maar vooral heel veel licht en heel vriendelijke mensen. Ook wel wat toeristen, maar vooral mensen die een familiale band hebben met de stad.

De vismarkt
Gedroogde vis à l’ancienne
Iemand nog een fuik nodig?
In de verte: de universiteit en het ziekenhuis

Bart koos op TripAdvisor een restaurantje waar we voor drie gangen (soep, dagschotel en dessert), inclusief een karafje regionale witte wijn en koffie en thee welgeteld 22 € betaalden. Voor twee personen. Heerlijk dat dat ook kan.

Dus : als jullie op citytrip naar Porto gaan, maak alsjeblieft een uitstapje naar Viana do Castelo ! Het is écht de moeite waard!

Over Cies naar Baiona

Ter hoogte van Vigo aan de galicische kust ligt het eilandje Cies. Het is een natuurgebied en je hebt er een ‘permit’ voor nodig. Voor die permit had Bart gezorgd : 10 jaar geleden had hij die aangevraagd en sindsdien werd hij jaarlijks automatisch vernieuwd. Gezien hij er toen niet was geweest stond het nu wel op onze planning.

Het kon er wel eens druk zijn in het weekend lazen we, en effectief, op het ene strandje was nog meer volk dan op het andere. We wachtten zo lang mogelijk om met Dushi aan land te gaan, maar op een bepaald moment vond die het toch wel heel hoog tijd worden.

Wij dus het bijbootje in, aangelegd aan een trap en de berg op… Tot één van de bewakers ons tegenhield omdat het verboden was om honden mee te nemen op het eiland.

En dus vaarden we verder naar Baiona. Baiona ligt in een grote baai met lange zandstranden. Wij ankerden buiten de haven. Op het eerste gezicht lijkt de stad niet mooi. Maar eens je van de grote boulevard weggaat kom je in kleine straatjes terecht. Met onder andere restaurantjes en en bars.

Gezien dit de laatste Spaanse stad is die we aandoen besluiten we om nog wat tapas te scoren. (Alle excuses…) Toch altijd een gigantisch verschil met wat ze in België met tapas bedoelen.

We besluiten om nog een extra dagje te blijven om nog wat meer sfeer op te snuiven. We maken een wandeling langs het kasteel (blijkbaar werd Baiona in vroeger tijden zowel uit het Noorden als het zuiden aangevallen) en belanden op een terrasje voor een (laatste?) Tinto de Verano.

’s avonds eten we met spullen uit de voorraadkast spaghetti met tonijn.

Vanmorgen vertrokken we naar Portugal. Er staat weer weinig wind en als hij er staat is het weinig wind en pal langs achter. Gelukkig is de motor blij met de schoonmaakbeurt die hij heeft gekregen. Sindsdien heeft hij niet meer gehaperd.

We varen dicht bij de kust, maar moeten goed uitkijken voor de vissersfuiken die overal verspreid liggen. In België zie je deze zelden. Hier liggen ze met honderden.

Het landschap verandert en wordt wat vlakker.

Sanxenxo

Woensdag in de namiddag legden we aan in de haven van Sanxenxo. We hadden gelezen dat dit één van de meest toeristische plekken was van Galicië en dat klopte ook. Bovendien bleek het het plaatselijke Knokke te zijn. In de haven waren twee clubs, de Royal Club Juan Carlos en de Muelle Deportivo. In die laatste hadden we recht op korting met onze Transeurope kaart. In de haven lagen gigantisch grote jachten, zowel zeil- als motorboten. De winkels rond de haven bleken allemaal eerder te maken hebben met kleding of binnenhuisinrichting dan met Bootonderdelen.

Sanxenxo
Grote zonneklopper!

We aten voor het eerst in weken een pizza. En hoewel hij eerder Spaanse dan Italiaanse trekken vertoonde smaakte hij best. Na onze avondwandeling met Dushi kropen we op tijd in bed. Helaas voor een korte nacht. De haven bleek ook een nightclub te huisvesten die pas om 4:30 uur sloot. En blijkbaar hadden heel wat mensen nood aan afkoeling buiten.

We besloten dus gisterochtend om de volgende nacht ergens anders te gaan liggen. Eerst deden we nog een stadje aan, wat verderop in de Ria. Het Middeleeuwse stadje Combarro is UNESCO werelderfgoed en inderdaad heel pittoresk, maar ook een trekpleister voor dagjestoeristen. Na er een wandelingetje gemaakt te hebben hadden we het wel gezien en vertrokken we weer.

Combarro
Een typische schuur, waarvan er Combarro meer dan 100 staan (Horna)

We gingen liggen aan de Praya de Agra. In de app werd geschreven dat er overdag wel flink wat volk kwam maar dat rond 20:00 uur de rust weerkeerde. En dat klopte ook. Tijd voor ons dus om naar de kant te gaan met Dushi. Na een wandeling en een Mojito in het plaatselijke strandbarretje keerden we terug naar onze boot. Van de tientallen boten die er overdag hadden gelegen bleven er nog vier over.

Een rustige plek voor de nacht
Zicht op de Maeva vanuit het strandbarretje.

Bij zonsondergang passeerde een replica van een oud schip dat we ook in Sanxenxo hadden zien liggen. Of nee, toch niet. De boot kwam vlak achter ons liggen. Indrukwekkend! We gingen op zoek naar de naam, maar konden hem niet terugvinden op AIS. Deze boot wou duidelijk niet gekend zijn.

Zonsondergang

Dat was echter buiten Google Lens gerekend. De Sjtandaart bleek een replica van de eerste driemaster van de vloot van Peter de Grote te zijn en vaart onder Russische vlag. Dit type schip vaart vooral in evenementen als Tall Ship Race en andere maar blijkt omwille van de oorlog niet meer welkom op vele plaatsen.

Nochtans gaat het hier helemaal niet om een jacht van een of andere oligarch of een vrachtschip. Een streep door de rekening dat hij na de COVID jaren ook nu niet meer mee mag doen aan de verschillende evenementen!

Om zijn neutraliteit te benadrukken heeft de kapitein naast de Russische vlag ook de Oekraïense gehesen. Blijkbaar heeft hijzelf ook een Russische en een Oekraïense ouder. Hierdoor is hij nu ook zelfs niet meer welkom in Rusland.

Zeilen opdoeken op 30 meter hoogte
Oekraïense en Russische vlaggen broederlijk bij elkaar

Als toemaatje roken we net voor we in ons bed kropen een brandlucht. Wat er precies in brand stond konden we natuurlijk niet zien, maar vanmorgen hoorden we nog altijd sirenes en zagen we nog altijd rook.

Ria de Arousa.

Eergisteren kwamen we aan in de Ria de Arousa. We kozen voor de haven van Da Pobra de Caramiñal omdat Bart dat op zijn vorige trip een gezellige plek vond. Het ligt eigenlijk niet zo heel erg ver van Muros.

In Da Pobra gingen we ’s avonds wat tapas eten. Lekker! We kozen voor chiperones fritos (kleine gefrituurde inktvisjes), de kleine groene pepertjes van de chef, en de gamba’s à la plancha met een lekkere witte albariño erbij. Dushi sloot vriendschap met de hond van de mensen aan de tafel ernaast. Zo fijn dat hij overal zonder zorgen mee naartoe kan!

Maandag ochtend ging ik opnieuw op zoek naar een kapster, mét succes deze keer.

Na deze volbrachte missie vertrokken we naar een eilandje vlakbij, Islote Guidoiro Areoso, wat Bart via de app Navily had gevonden. Wat er stond was niet overdreven. Het was er adembenemend mooi en heerlijk rustig!

Hoewel we eerst hadden gedacht om hier te blijven ankeren voor de nacht, veranderden we de plannen omwille van de wind en de bijhorende deining en gingen we naar een andere meer beschutte baai met een schattig vuurtorenhuisje, Illa de Arousa.

De baai ligt hier vol met wat op de kaart aangeduid stond als vivero’s. We leerden daarnet echter dat het batea’s zijn. Het zijn grote vlotten waar er schaal en schelpdieren worden gekweekt. Op het eerste zicht lijkt het een hoop rotzooi bij elkaar, maar door de teelt van die zeevruchten groeien er ook bepaalde wieren (Sommige wieren lijken wel zeemvellen van 1m2 groot) en vinden heel veel vissen er bescherming om er zich voort te planten. Een heel ecosysteem op zich dus. Hopelijk heeft de mosselfarm in Nieuwpoort hetzelfde effect!

We maakten daarnet een wandeling door de dennen- en eucalyptus bossen naar de vuurtoren. Het wandelpad is mooi onderhouden en leidde ons naar mooie plekjes. Dushi vond het helemaal geweldig want denappels zijn zijn favoriete speelgoed!

Morgen varen we verder naar Xanxenso.